Top 5 succesfactoren voor het markeren van secundaire verpakkingen

Carl Chaplin
Secondary Packaging Specialist
print and apply labels, labeler, large character marking, case coding
Het kiezen van de juiste technologie voor het markeren van secundaire verpakkingen is bepalend voor barcodekwaliteit, GS1-compliance, operationele efficiëntie en prestaties verderop in de supply chain. Steeds meer producenten stappen over van voorbedrukt golfkarton naar inline coderen, label print-and-apply of lasermarkering. Die keuze heeft directe impact op doorvoer, uptime en de betrouwbaarheid van uw dooscodering.
In dit artikel bespreken we de vijf belangrijkste factoren om te beoordelen voordat je investeert in label print-and-apply (LPA), grootkarkater inkjet (LCM), thermische inkjet (TIJ) of lasermarkering, gebaseerd op praktijkervaring van Videojet-productspecialisten Carl Chaplin (Product Manager Noord-Amerika) en Marc Alengry (Field Product Manager EMEA).

Begin bij het substraat en het contrast
Een goed leesbare barcode valt of staat met contrast. Ongecoat bruin of wit golfkarton is hiervoor de ideale basis; het leent zich uitstekend voor grootkarakter inkjet. Dit resulteert in scherpe, grote tekens die moeiteloos leesbaar zijn voor zowel medewerkers als scanners. De uitdaging wordt groter bij:
- Gelakte dozen
- Gekleurd karton
- Sterk bedrukte sleeves

In deze situaties biedt label print-and-apply (LPA) vaak de beste oplossing. Het label zorgt voor een constante, hoogcontrasterende achtergrond, ongeacht variaties in het karton.
Lasermarkering kan een optie zijn, maar vereist vaak laserreactieve coatings om voldoende contrast te bereiken op golfkarton. Thermische inkjet (TIJ) levert hoge resolutie op zowel poreuze als niet-poreuze oppervlakken en is interessant wanneer het uiterlijk van de code cruciaal is.
Expertinzicht: “Op gelakte of zwaar bedrukte dozen is het met grootkarakter inkjet vaak lastig om barcodes consistent te printen. Dit geldt zeker voor 2D-codes, waarvoor een hoog contrast essentieel is. In zulke situaties bieden label print-and-apply-systemen simpelweg meer zekerheid wat betreft contrast en nauwkeurige plaatsing.”
Belangrijkste inzicht: Het substraat bepaalt in hoge mate barcodekwaliteit en technologiekeuze. Onvoldoende contrast is een van de meest voorkomende oorzaken van lage GS1-scores.
Definieer vooraf de barcode-eisen: symbologie, printkwaliteit en plaatsing
Voordat je een technologie selecteert, moeten de eisen in de keten (downstream) helder zijn:
- Type code: 1D- of 2D-codes
- Gewenste ISO-gradatie: (A, B of C)
- Plaatsing: Vaste of variabele positie op de doos
De plaatsingseisen bepalen aan welke zijde de codering moet komen, hoe groot de printzone is en hoe nauwkeurig de code gepositioneerd moet worden. Deze factoren zijn doorslaggevend bij de keuze tussen contactloos printen (inkjet) of een mechanische labelapplicatie.
Label-print-and-apply-systemen maakt gebruik van thermal transfer printen. Dit garandeert een constante barcodekwaliteit voor zowel 1D- als 2D-codes, omdat er op een gecontroleerd labeloppervlak wordt geprint in plaats van direct op variabel karton. Dit zorgt voor een stabiele gradatie, ongeacht de kwaliteit van de dozen.

Op ongecoat, nieuw (niet-gerecycled) karton levert grootkarakter inkjet een uitstekend contrast en betrouwbare leesbaarheid voor 1D-barcodes en alfanumerieke teksten. Hoewel deze printers aan veel behoeften voldoen, kan de kleur van gerecycled karton variëren. Hierdoor is het lastiger om een consistente gradatie te garanderen op dergelijke oppervlakken.
Met de versnelling van 2D-codes en de naderende GS1 Sunrise 2027, worden de eisen rondom leesbaarheid en de consistentie van coderingen steeds strenger. Het is daarom essentieel om nu al te kiezen voor een oplossing die deze nauwkeurigheid kan bieden.
Expertinzicht: “Labelsystemen leveren de meest stabiele resultaten. Omdat de barcode wordt geprint voordat het label op de doos gaat, hebben trillingen of de snelheid van de lopende band geen enkele invloed op de kwaliteit.”
Belangrijkste conclusie: Het vooraf vastleggen van de barcode-eisen zoals symbologie, printkwaliteit en plaatsing is essentieel om te voldoen aan de GS1-normen. Zo voorkom je leesfouten verderop in de keten en vermijd je kostbare herstelwerkzaamheden.
Read more about GS1 Sunrise 2027 and its impact on barcode quality requirements.
Label Print-and-Apply (LPA) vs. Grootkarakter Inkjet
Bij het kiezen tussen Label Print-and-Apply (LPA) en grootkarakter inkjet (LCM) voor uw omdozen, zijn de lijnsnelheid en de ‘pitch’ (de afstand tussen de dozen) de meest bepalende factoren. Beide systemen hebben hun eigen kracht.
Snelheid en doorvoer
Wanneer dozen op de lopende band zeer kort op elkaar volgen, speelt de mechanica van het codeersysteem een grote rol.

- Grootkarakter Inkjet (LCM): Dit is de snelste oplossing voor coderingen op de zijkant. Omdat het systeem volledig contactloos werkt, is er geen mechanische limiet aan de snelheid.
- Videojet Direct Apply™: Traditionele labelsystemen met een mechanische applicatorarm hebben tijd nodig om uit te schuiven en weer in te trekken. Direct Apply™ elimineert deze beweging. Hierdoor kunt u etiketteren op hoge snelheid met een minimale tussenruimte (tight pitch), terwijl de slijtage tot een minimum wordt beperkt.
Precisie en kwaliteit
Hoewel inkjet uitblinkt in snelheid, bieden labelsystemen superieure resultaten op het gebied van leesbaarheid en plaatsing.
- Ongevoelig voor trillingen: Bij een labelsysteem vindt de afdruk plaats in de printer zelf (de ‘engine’) voordat het label op de doos wordt aangebracht. Hierdoor hebben trillingen van de lopende band geen invloed op de barcodekwaliteit.
- Constant contrast: Labels bieden een gegarandeerd hoog contrast, wat essentieel is voor 1D- en 2D-codes op bruin of gerecycled karton.
Expertinzicht: “Inkjetsystemen zijn doorgaans sneller en kunnen een hogere productdichtheid aan op de band. Dit maakt ze ideaal voor toepassingen waar dozen bijna tegen elkaar aan staan. Voor absolute barcode-zekerheid blijft een labelsysteem echter de standaard.”
Belangrijkste inzicht: Waar grootkarakter inkjet de onbetwiste kampioen is in snelheid bij een minimale tussenruimte, is een labelsysteem de enige keuze voor wie 100% barcode-zekerheid eist op trillende productielijnen.
Kijk verder dan aanschafprijs: totale eigendomskosten (TCO)
De initiële investering in een printer vertelt zelden het hele verhaal. Om de werkelijke kosten per codering te berekenen, moet u kijken naar de Total Cost of Ownership (TCO) over de gehele levensduur van de machine.
De belangrijkste kostenposten (TCO-drivers):
- Verbruiksartikelen: De kosten voor inkt, labels en printlinten.
- Geplande stilstand: De tijd die nodig is voor rolwissels en reiniging.
- Afval en herstelwerk: Kosten door onleesbare codes of verkeerd geplakte labels.
- Onderhoud en onderdelen: Preventief onderhoud en de prijs van slijtagedelen.
Elke techniek heeft een ander kostenprofiel. Grootkarakter inkjet (LCM) biedt doorgaans de laagste kosten per codering en kan lange periodes draaien zonder tussenkomst van een operator. Labelsystemen (LPA) brengen extra kosten met zich mee voor etiketten en linten, en vereisen regelmatige stops voor rolwissels.
Bij thermische inkjet (TIJ) zijn de inktvolumes per cartridge relatief klein, wat de kosten per code bij grote volumes kan verhogen. Lasers elimineren verbruiksartikelen volledig, maar vragen vaak om een hogere initiële investering in veiligheidsafscherming en rookextractie, of het gebruik van speciaal laser-reactief karton.
Expertinzicht: “Grootkarakter inkjet kan in veel gevallen meerdere keren goedkoper zijn per codering dan etiketteren of laser, afhankelijk van de verbruiksartikelen, de productie-intensiteit en de code-eisen.”
Belangrijkste inzicht: Een nauwkeurige TCO-analyse laat zien welke technologie voor uw specifieke productievolume de beste balans biedt tussen de initiële investering, de verbruikskosten en de benodigde uptime.
Betrouwbaarheid, service en beschikbare ruimte
Het einde van de lijn is vaak een stoffige plek waar de ruimte beperkt is. De fysieke integratie en de ondersteuning na installatie zijn daarom minstens zo belangrijk als de techniek zelf.Het einde van de lijn is vaak een stoffige plek waar de ruimte beperkt is. De fysieke integratie en de ondersteuning na installatie zijn daarom minstens zo belangrijk als de techniek zelf.
Belangrijke overwegingen:
- Toegang tot de transportband en de beschikbare footprint.
- Of de dozen aan meerdere zijden gecodeerd moeten worden.
- De benodigde training en vaardigheden van de operator.
- Preventief onderhoud en de lokale beschikbaarheid van onderdelen.
Elke technologie heeft aandacht nodig. Grootkarakter inkjetsystemen vereisen periodieke reiniging van de printkop. Labelsystemen zijn afhankelijk van operators voor het wisselen van rollen en linten. Alle technologieën profiteren van snelle lokale service om de productie betrouwbaar te laten draaien met minimale uitvaltijd.
Expertinzicht: “Het coderen van omdozen gebeurt vaak in zware omgevingen. Elk systeem heeft reiniging en onderhoud nodig. Als een leverancier beweert dat een machine ‘onderhoudsvrij’ is, is dat een rode vlag.”
Belangrijke conclusie: Een betrouwbaar codeerproces hangt net zozeer af van de service, de vaardigheid van uw operators en de fysieke ruimte als van de gekozen technologie zelf..
Conclusie
Het kiezen van de juiste codeermethode is een afweging van vijf cruciale pijlers:
- Substraatcompatibiliteit: Past de inkt of het label bij het type karton?
- Barcodekwaliteit: Voldoet de code aan de GS1-normen voor uw afnemers?
- Doorvoer en plaatsing: Hoe snel draait de lijn en waar moet de code komen?
- Total Cost of Ownership (TCO): Wat zijn de kosten over de gehele levensduur?
- Service en betrouwbaarheid: Is er ondersteuning wanneer u het nodig heeft?
Door deze factoren vroegtijdig te evalueren, voorkomt u kostbare aanpassingen achteraf, scanfouten bij klanten en operationele inefficiëntie. Wilt u weten welke oplossing het beste past bij uw productieproces? Neem contact op met een Videojet-specialist voor een lijnbeoordeling op maat en ontvang gratis proefdrukken op uw eigen verpakkingsmateriaal.
Vergelijking van technologieën
| Technologie | Beste keuze voor | Substraat (Karton) | Barcodekwaliteit | Snelheid & Pitch | Kostenprofiel |
|---|---|---|---|---|---|
| Grootkarakter Inkjet (LCM) | Hoge snelheid, zijkant-codering, variabele data. | Beste op bruin/wit onbewerkt karton. Contrast varieert op gerecycled karton. | Goed voor tekst en 1D-codes. Kwaliteit afhankelijk van het karton. | Zeer hoog. Ideaal voor dozen die kort op elkaar staan. | Lage kosten per code. Inkt en periodieke reiniging. |
| Label Print-and-Apply (LPA) | Maximale barcode-eisen, 100% leesbaarheid. | Werkt op alles (ook gelakt of bedrukt) dankzij de labelachtergrond. | Uitmuntend. Beste keuze voor GS1-compliance (1D/2D). | Matig tot hoog. Mechanische arm kan snelheid beperken. | Hogere kosten (labels/lint). Voorspelbaar onderhoud. |
| Thermische Inkjet (TIJ) | Hoge resolutie, compacte ruimtes, frequente wissels. | Poreuze en niet-poreuze materialen. Afhankelijk van de inktkeuze. | Zeer scherp. Bij grote barcodes is de uitlijning van koppen kritiek. | Matig. Geschikt voor lagere snelheden en meer tussenruimte. | Cartridges; hogere kosten per code, maar zeer weinig onderhoud. |
| Lasermarkering | Schone omgevingen, geen verbruiksartikelen. | Vereist laser-reactief karton of coatings voor voldoende contrast. | Sterk afhankelijk van het materiaal; zonder coating vaak weinig contrast. | Hoog. Geen bewegende delen, maar complexe integratie. | Hoge investering. Minimale verbruikskosten, extra afzuiging nodig. |
Veelgestelde vragen
De meest voorkomende uitdagingen zijn beperkte ruimte aan de lijn, wisselend contrast op karton, het voldoen aan strikte GS1-barcodenormen en het vinden van de juiste balans tussen snelheid en de totale eigendomskosten (TCO).
Belangrijke criteria zijn het type materiaal (substraat) en de afwerking, de gewenste barcode-kwaliteit, de lijnsnelheid en de tussenruimte tussen de dozen (pitch). Daarnaast zijn de totale eigendomskosten (inclusief verbruiksartikelen en downtime) en de kwaliteit van de lokale service (onderdelen en responstijd) doorslaggevend.
Ongecoat karton is ideaal voor grootkarakter inkjet (LCM) voor tekst en 1D-codes. Bij gelakte, bedrukte dozen of folie geniet label print-and-apply (LPA) de voorkeur voor een constante barcode-kwaliteit. Thermische inkjet levert hoge resolutie op zowel poreuze als niet-poreuze materialen, terwijl laser vaak een speciale coating op het karton vereist voor voldoende contrast.
De focus ligt op de GS1-normen voor barcodekwaliteit en plaatsing. Daarnaast is er de transitie naar 2D-codes (zoals QR-codes) onder GS1 Sunrise 2027, wat zorgt voor strengere eisen aan de leesbaarheid en de hoeveelheid data in een code.
Factoren die vaak over het hoofd worden gezien zijn de impact van stof in de fabriek, de noodzaak voor het reinigen van de printkoppen, de tijd die nodig is voor rolwissels en het belang van getrainde operators en snelle technische ondersteuning.
Vaak wordt er alleen gekozen op basis van de aanschafprijs in plaats van de kwaliteit van de (2D-)codes. Ook het negeren van ruimtegebrek aan de lijn en het onderschatten van het belang van service en verificatie van de codes leidt vaak tot problemen.
1. Stel de barcode-eisen van uw klant centraal, want de leesbaarheid bepaalt uiteindelijk uw succes.
2. Match de technologie met uw specifieke materiaal, de gewenste snelheid en de beschikbare ruimte aan de lijn.
3. Doe nooit concessies aan lokale ondersteuning en verificatie om onverwachte stilstand te minimaliseren.
Handige Videojet-bronnen
Videojet 9560 label-print-and-apply-systemen
Videojet 2380 grote tekeninkjet behuizing coder
Drukken en etiketteren op golfplaat
GS1 Sunrise 2027 overgangsgids
Succes met GS1 2D-codes & Sunrise 2027
Essentiële zaken voor het printen van barcodes en QR-codes

Maximaliseer uw ROI met deskundige begeleiding
Contacteer ons:
Methodology
The insights in this article are grounded in real customer discussions and field experience shared by Carl Chaplin (North America product manager) and Marc Alengry (EMEA field product manager). Their combined expertise across LPA, TIJ, and LCM technologies—built over years of supporting end‑of‑line projects—shapes the examples and trade‑offs presented here. The scenarios reflect common secondary packaging applications in food, beverage, pharmaceutical, CPG, and logistics environments.